Interview Arjen Wals

“Vroeger dacht men veel meer in hokjes”

Arjen Wals is wetenschapper bij de Wageningen Universiteit (WUR)

ArjenWals2.jpg

Verschuiving in het beleid

Arjen Wals: “Ik bekijk de betekenis van DuurzaamDoor vanuit een historisch oogpunt. Het begon honderd jaar geleden met Natuurbeschermingseducatie, vijftig jaar geleden was dit Natuur- & Milieu-educatie, twintig jaar geleden Leren voor Duurzame Ontwikkeling. Nu wordt dat laatste ondersteund door DuurzaamDoor, waarin het niet alleen gaat om natuur en milieu maar ook in bredere zin over duurzaamheid. Sinds kort zijn meerdere ministeries betrokken bij duurzaamheidsvraagstukken en houden zij zich bezig met wat nodig is om de samenleving tot actie aan te zetten. Dat zie ik als een soort evolutie: een verschuiving in het beleid.

Vroeger dacht men veel meer in hokjes. Je ziet dat er meer grensoverschrijdend gedacht wordt, en er op verschillende gebieden meer wordt samengewerkt. De overheid realiseert zich dat op sommige complexe vraagstukken geen eenduidige antwoorden bestaan. De verschuiving gaat steeds meer van government naar governance: van uitleggen en voorschrijven, naar betrekken en handelen. DuurzaamDoor geeft invulling aan dat nieuwe, hybride denken.”

Het kweken van vertrouwen

Wals: “Een belangrijk onderdeel is de regionale transitienetwerken die zijn opgebouwd, hiermee wordt interactie gestimuleerd. Ook kweekt DuurzaamDoor vertrouwen bij partijen die een ander belang hebben bij duurzaamheid. Vertrouwen is nodig voor het benutten van de verschillen en tegenstellingen, bij het vinden van creatieve oplossingen voor complexe vragen. Er gebeuren binnen die netwerken spannende dingen. Bijvoorbeeld projecten met duurzaam opgewekte stroom, het opslaan van restwarmte, stadslandbouw, meer groen in de stad, het vergroenen van schoolpleinen. DuurzaamDoor ondersteunt deze projecten in positieve zin.

Ook wordt professionalisering via netwerken als Duurzame PABO en Duurzaam MBO ondersteund en ik zie hetzelfde beleid nu ook terug ook in het hoger onderwijs. De ideeën worden bovendien internationaal opgepakt; andere landen tonen veel interesse in het arrangementenmodel dat hier is ontwikkeld.”