Aandacht voor duurzaamheid en onderwijs in magazine Science

Onderwijs kan wereldvraagstukken over bijvoorbeeld klimaatverandering of voedsel niet alleen tussen de oren krijgen. Het kan mensen er ook toe bewegen om hun handen uit de mouwen te steken. Hoe dat kan schrijven 4 onderzoekers in het magazine Science, waaronder prof. Arjen Wals van Wageningen University.

Het leerproces over duurzaamheid kan wereldwijd krachtiger worden en meer betekenis krijgen. De harde bètavakken (zoals biologie en scheikunde) moeten dan de natuur-, milieu- en duurzaamheidseducatie aanvullen. De 4 onderzoekers schrijven in Science van 9 mei 2014 over deze nieuwe onderwijsvorm die gebruik maakt van citizen science.

Weten en doen gaan nog niet samen

De ‘harde’ onderwijsvakken zoals natuur- en scheikunde, biologie, wis- en natuurkunde, aardrijkskunde en het vak algemene natuurwetenschappen (anw) richten zich op kennis en bewustwording. Deze vakken staan in de hele wereld los van natuur-, milieu- en duurzaamheidseducatie die zich meer op handelen richten.

Dat maakt geschoolden wel bewust van de toestand waarin de planeet verkeert, maar het gebrek aan handelingsperspectief zorgt voor een gevoel van onmacht. Wat moet je bijvoorbeeld doen om een klimaatomslag te voorkomen of er beter op te anticiperen? Daarvoor is affiniteit met de politiek, de maatschappij en de economie van belang. Omgekeerd ontbreekt het de natuur-, milieu- en duurzaamheidseducatie aan voldoende natuurwetenschappelijk inzicht om de urgentie van hun werk te onderbouwen, maar zij weet wel mensen bij de problemen te betrekken.

Stromingen met elkaar verbinden

Het natuurwetenschappelijk onderwijs en de natuur-, milieu,- en duurzaamheidseducatie geven los van elkaar een versnipperd antwoord op de wens van de maatschappij om te komen tot een duurzame samenleving. ‘Het is nu de tijd om beide stromingen met elkaar te verbinden,’ zegt prof. Arjen Wals, hoogleraar Sociaal leren en Duurzame ontwikkeling aan Wageningen University. ‘Anders komt natuurwetenschappelijk onderwijs alleen maar ten dienste te staan van de economie’, zegt de hoogleraar. ‘Tegelijkertijd kan natuur-, milieu- en duurzaamheidseducatie zonder een goede verbinding met de natuurwetenschappen maar moeilijk verantwoord omgaan met de tegenstrijdigheden en onzekerheden rondom duurzaamheidsvraagstukken.’

Goede voorbeelden op grensvlak wetenschap en samenleving

De auteurs van het Science-artikel geven een aantal voorbeelden van op duurzaamheid gericht onderwijs dat zich beweegt op het grensvlak van wetenschap en samenleving: in het Amerikaanse concept ‘Eetbare schooltuinen’, verbouwen leerlingen hun eigen voedsel in een educatieve tuin en doen op school de benodigde natuurwetenschappelijke kennis op. De Nederlandse variant is Groene schoolpleinen. Ander voorbeeld is YardMap, met het gebruik van ICT en citizen science. Burgers brengen hierbij de biodiversiteit in eigen wijk of buurt in kaart. Ze maken gebruik van foto’s, apps en Google Maps, en wijzen zo plekken aan waar de mogelijkheden om biodiversiteit te versterken het grootst zijn. Op basis van het onderzoek en in samenwerking met wetenschappers en lokale partijen (o.a. de gemeente, tuincentra, een NGO) worden actieplannen opgesteld en uitgevoerd waarbij de YardMaps steeds worden geactualiseerd. De verschillende YardMaps zijn ook door middel van sociale media met elkaar verbonden. In Nederland werkt De Natuurkalender op een vergelijkbare wijze.

Citizien science

Door citizen science, natuurwetenschappelijk onderwijs en natuur- milieu- en duurzaamheidseducatie bij elkaar te brengen kunnen burgers en wetenschappers betekenisvol en handelingsgericht werken aan duurzaamheid. Wals: ‘Het gaat niet om het verbinden van inhouden maar ook om het ontwikkelen van nieuwe competenties als het omgaan met complexiteit, onzekerheid en verwarring en het ontwerpen en uitvoeren van lokale oplossingen.’

Welbevinden van mens en planeet 

Mogelijk draagt deze manier van leren ook bij aan het verbeteren van het beschadigde vertrouwen in de wetenschap. De overheid zal meer moeten inzetten op het stimuleren en ondersteunen van ‘hybride leeromgevingen’ waarbij de grens tussen wetenschap en samenleving, school en buurt en mondiaal en lokaal vervaagt en het welbevinden van mens en planeet meer centraal komt te staan.

Transitie realiseren

De roep om een transitie en een andere manier van denken wordt steeds groter, stelt prof. Wals vast: ‘Uiteindelijk zit het klimaatprobleem niet tussen de polen maar tussen de oren.’ Hij onderbouwt die bewering met de opvallende constatering dat de rol van onderwijs en het betrekken van burgers totaal onderbelicht blijft in het klimaatdebat. Hij vraagt zich daarom af hoe we een transitie kunnen realiseren zonder betrokken, kritische en competente burgers die waarden nastreven die niet louter gebaseerd zijn op de materiële kant van het bestaan maar ook op zorg voor anderen, hier en elders, nu en later.

Praat mee op #CitizenScience

Engelstalige samenvatting ‘Convergence Between Science and Environmental Education’