Hoe vergroot je de maatschappelijke betekenis van nationale parken?

Vanaf 2013 is er in tien nationale parken een start gemaakt met regionale duurzaamheidsnetwerken. Het doel is potentiële en traditionele stakeholders met elkaar te verbinden rondom thema’s als duurzame recreatie, klimaat, waterbeheer en gezondheid. Is het mogelijk om de maatschappelijke betekenis van nationale parken in Nederland te vergroten op basis van intensieve samenwerking tussen belanghebbenden?

“We wilden een vitaal en regionaal samenwerkingsverband laten ontstaan van partijen die elkaar spontaan niet vinden”, vertelt Wim Ruis van Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid (IVN). “En zo een netwerk vormen waarin zij samen zoeken naar kansen én samenwerken om parken aantrekkelijker te maken voor meerdere doelgroepen.” IVN zocht al langer naar manieren om meer betekenis aan natuur te geven en vond daarin kennisprogramma DuurzaamDoor van het ministerie van Economische Zaken. Het programma faciliteerde en financierde het ontstaan van netwerken en regionale coalities om tot nieuwe verdienmodellen te komen. Ruis: “Parken zijn niet alleen een ontspannen omgeving voor recreanten, maar ook voor bijvoorbeeld bewoners van zorginstellingen, cliënten van de reclassering of patiënten van een gezondheidscentrum. Natuur doet immers aantoonbaar goed.”

Nieuwe betekenis aan natuur

De afgelopen jaren is rondom een tiental nationale parken gewerkt aan de regionale duurzaamheidsnetwerken. Partijen gingen in zogenoemde werkateliers aan de slag om tot nieuwe ideeën voor activiteiten met een duurzaam karakter te komen. Daarbij was het uitgangspunt de HWK-vraag oftewel ‘Hoe kunnen we…’. Ruis: “Elk park heeft een eigen missie. Zo willen de Loonse en Drunense Duinen een gezond gewicht onder jongeren bevorderen en is de missie van Duinen van Texel een leerplaats te creëren voor innovatieve projecten op het gebied van onder meer natuurbeheer en duurzame energie. Een aantal parken, zoals De Biesbosch en Sallandse Heuvelrug, wil een gezondheidsprogramma bouwen.”

Wandelend spreekuur

Nationaal Park De Biesbosch werkt aan een gezondheidsinterventie in samenwerking met onder meer huisartsen, fysiotherapeuten en de GGD. Vorig jaar startte het park zogenoemde biowalks. Op zo’n ‘wandelend spreekuur’ wordt de natuur als middel ingezet en maken mensen met een chronische ziekte of beperking een wandeling onder begeleiding van een natuurgids en een professional uit de gezondheidszorg. Tijdens de pilot in De Biesbosch ging een groep diabetici er op uit. Voor én na de biowalk werd hun bloedsuikerspiegel gemeten om de effecten op bewegen in de natuur op het lichaam te meten. “Het lotgenotencontact en natuurbeleving blijkt een erg prettige combinatie voor de deelnemers”, aldus Ruis. “Bovendien zeggen zorgverleners meer van de patiënt te horen dan tijdens een traditioneel spreekuur. Ook andere nationale parken in Nederland bieden de groepstochten inmiddels aan, waaronder de Maasduinen en Oosterschelde. We delen successen graag, zodat iedereen van elkaar kan leren. Parken kunnen er hun eigen draai aan geven en inspelen op doelgroepen die zij willen betrekken.”

Mantelzorgdag in de natuur

Een ander experiment van De Biesbosch is een natuurdag voor mantelzorgers. Ruis: “Inmiddels hebben deze mantelontzorgdagen plaatsgevonden op meerdere plekken én in samenwerking met gemeenten. Hun rol is niet verrassend, want een gemeente eist meer zelfredzaamheid van burgers. Uitgangspunt van de natuurdag was daarom om naast een ontspannende dag ook de helende werking van de natuur te laten ervaren en mantelzorgers perspectief te bieden hoe zij de natuur in hun zorgtaak kunnen opnemen.” Ook de zorgkant bevestigt het belang van dit soort samenwerkingsprojecten. Rutger de Graaf, adviseur innovatie bij een zorgcentrum in Zaandam: “Wij gingen vanuit het DuurzaamDoor-project Mantelzorgers in de Natuur onlangs een dag de natuur in. We deden mindfulnessoefeningen en gaven de mantelzorgers handvatten voor het omgaan met stress. Dit soort groene initiatieven zijn echt enorm kansrijk in de zorg. Maar om ze te landen hebben we wel hulp nodig van samenwerkingspartners uit verschillende hoeken van de samenleving, verschillende perspectieven, kennis en kunde. De aanpak van DuurzaamDoor is daarin van grote toegevoegde waarde en we hopen dat deze ook zonder overheidssteun straks doorgezet wordt door alle betrokken partijen.”

Wie betaalt?

Volgens Ruis is de schaduwkant van de steeds populairder wordende gezondheidsactiviteiten in de natuur de financiering. “De vraag die nu speelt, is wie het betaalt. Als je zorgverzekeraars de kosten wilt laten dekken, moet je het effect van de wandelingen aantonen. Daarom doet de Universiteit van Amsterdam daar momenteel onderzoek naar. Als echter blijkt dat de activiteiten op de lange termijn een voorkomend karakter hebben, valt het in de categorie preventief. En dat vergoedt een zorgverzekeraar niet. Hét geschikte financieringsmodel is dus nog niet gevonden.” En hoe zit het met de baten voor de natuur? Ruis vindt dat je als winst niet naar harde euro’s moet kijken. “De maatschappelijke impact en draagvlak zijn belangrijker. Nieuwe doelgroepen die je park bezoeken worden bewuster van de kracht die natuur heeft en keren wellicht terug met familie en vrienden.”

Eigenaarschap delen

Ruis ontkent niet dat ook het financiële plaatje voor nationale parken belangrijk is, zeker sinds de geldkraan van de overheid is dichtgedraaid en enkel het predicaat ‘nationaal park’ over is. “Nieuwe verdienmodellen moeten het bestaan van nationale parken redden. Bijvoorbeeld door het eigenaarschap in de samenleving te delen. Het is de kunst om draagvlak en bewustwording te creëren, zodat parkbezoekers bereid zijn om bij te dragen aan natuurbeleving. Bijvoorbeeld door een natuurbijdrage te betalen als ze met de auto komen of een gastenpas aan te schaffen met korting op activiteiten. Maar ook met partijen ín het park kun je eigenaarschap delen. Neem de commerciële rederijen in De Biesbosch. Het park betaalt nu nog zelf voor het onderhoud dat de kreken bevaarbaar houdt en de rederijen betalen recht tot toegang. Maar de discussie over de verantwoordelijke partijen voor infrastructurele kosten is in volle gang.”

Authentieke beleving boven pretpark

De toekomstfinanciering van nationale parken is nog niet helemaal duidelijk nu het stof rondom de publieksverkiezing van het overheidsprogramma Nationale Parken van Wereldklasse is opgewaaid. Ruis: “Het is een goede zaak dat het Rijk nationale parken meer allure van wereldklasse gaat geven, maar we moeten de regionale betekenis niet uit het oog verliezen. Met de DuurzaamDoor-aanpak heeft natuur in de regio een nieuwe, maatschappelijke betekenis gekregen, zoals natuur voor gezondheidswinst en vice versa. Daarnaast gaat het niet om het creëren van nieuwe pretparken, maar om het kunnen bieden van authentieke natuurbeleving hier en nu. De druk om gegarandeerd herten, bevers of andere dieren te spotten is geen issue in Nederland. We zien tijdens bevertochten in De Biesbosch nauwelijks teleurgestelde gezichten als er geen bevers gespot zijn. Het is belangrijker om mensen mee te nemen in de natuurbeleving en ze te wijzen op meer dingen, zoals beversporen en beverburchten. Mensen willen niet voor de gek gehouden worden met gearrangeerde ontmoetingen.”