Korte Keten Coalitie

Korte keten

Korte Ketens

Voedsel is hip en trendy. Kookprogramma’s op tv als Heel Holland Bakt, Koken met van Boven, Jamie Oliver, zijn razend populair en je zou er de hele dag naar kunnen kijken.

Parallel aan deze trend willen consumenten (ook restaurants, scholen en ziekenhuizen) weten waar hun producten vandaan komen, door wie zijn ze geproduceerd én onder welke omstandigheden. Ze willen meer zekerheid dat ze een kwalitatief hoogstaand product voor een eerlijke prijs krijgen.

Daarbij komt meer aandacht voor de impact van voedsel op onze samenleving en omgeving. We hebben met z’n allen steeds meer monden te voeden en de productie kent zijn grenzen. Gezondheid en voedsel zijn nauw met elkaar verweven en laat op alle plekken van de aarde de uitwassen van overconsumptie en tekorten zien. De huidige dominante strategie van de Nederlandse landbouw waarbij grote volumes tegen zo laag mogelijke kosten worden geproduceerd is niet langer houdbaar. De kosten die de boer maakt om te voldoen aan wettelijke eisen zijn niet door te belasten naar de consument vanwege de inkoopstrategie van de retail, vooral de concentratie van marktmacht bij op kostprijs concurrerende supermarkten

Nederland houdt men zich op verschillende niveaus bezig met de vraag hoe we ons voedsel meer gezond en meer duurzaam kunnen maken. Korte ketens en ultra korte ketens (stadslandbouw) worden ook in Nederland steeds vaker genoemd als na te streven beleidsdoel. Zowel in het regeerakkoord als in de plattelandsontwikkelingsprogramma’s van diverse provincies.
In diverse steden, regio’s en ook op nationaal niveau worden voedselvisies, foodcouncils, foodvalleys ontwikkeld die allemaal gericht zijn op verduurzaming van de productiesystemen/distributie en op een gezonder en duurzamer consumptiepatroon.

Korte ketens zijn geen doel op zich maar een middel om andere doelen te bereiken, het gaat daarbij om een hoger inkomen voor de boer, betere toegang tot gezond voedsel voor de consument, een aantrekkelijker buitengebied, meer werkgelegenheid op het platteland of in de stad, minder emissies door transport, etc.

Ultra korte keten (stadslandbouw)

Ook een ultra korte keten (stadslandbouw) is geen doel op zich maar een middel om andere doelen te bereiken, zoals betere toegang tot gezond voedsel voor de stedeling, een aantrekkelijker stedelijke buitenruimte, sociale cohesie, betere toegang tot de arbeidsmarkt voor achtergestelde doelgroepen, water buffering, etc.

Korte ketens tussen producent en consument maken de verbinding tussen burgers en boeren directer en hechter en kunnen leiden tot minder transport (dus minder CO2-uitstoot) en tot betere afstemming tussen producent en consument wat resulteert in minder voedselverspilling. In kortere, regionale voedselsystemen hebben boeren en burgers de prijs en kwaliteit van hun voedsel meer in eigen hand. Ook is er meer ruimte voor boeren, burgers, instellingen, bedrijven en gemeentelijke overheden om hun eigen initiatieven te ontplooien en samen te werken, daarbij de duurzaamheid en het dierenwelzijn in acht nemend. Verder is er een gebleken lokaal multiplicatoreffect: geld uitgegeven aan lokale producten en diensten brengt lokaal gezien drie keer zoveel op als geld uitgegeven aan nationaal of internationaal geproduceerd.