Ontpoppende samenwerking rond klimaatadaptatie

Gemeenten willen en waterschappen móeten het waterprobleem oplossen, ze krijgen hulp van een onverwachte coalitie.

Hoewel ze zich allebei bezighouden met groen, zijn ze elkaars tegenpolen: de vakspecialisten van Natuur Milieu Educatie-centra en de tuincentra die ook een commercieel oogpunt hebben in hun werk. NME-centra en tuincentra bemoeien zich doorgaans dan ook niet met elkaar. Maar daar is sinds een paar maanden verandering in gekomen. De klimaatverandering brengt deze partijen bij elkaar.

Vivian Siebering werkt voor Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling (GDO) en is facilitator van lokale NME-organisaties. Siebering: "Mensen van NME-centra zijn idealisten, die in het verleden niet samenwerkten met tuincentra vanwege de vele bestrijdingsmiddelen die hier gebruikt worden." Maar nu het klimaat verandert, er langere droogte is en heftigere regenbuien, staan we allemaal voor een uitdaging. In steden kan het water niet meer weg omdat er overal betegeld is. "Overlast door regenbuien is voor gemeenten een groot probleem. Ze willen niet dat het riool 'ontploft' met alle gevolgen van dien", vertelt Siebering.

Gemeenten willen en waterschappen móeten het waterprobleem oplossen, en klimaatadaptatie – de omgeving aanpassen aan het klimaat - is daarop het antwoord. Siebering: "Klimaatadaptatie is mogelijk door in je tuin meer groen te plaatsen. Regenwater zakt dan in de grond, in plaats van het riool. Zo ontstaat er minder overlast op straat. Deze natuurlijke manier van omgaan met regenwater is ook beter voor de biodiversiteit."
Anneke van Veen is ambassadeur water bij GDO en maakte de handreiking 'Alle kinderboerderijen en bezoekers klimaatbestendig en klimaatbewust' samen met atelier Groenblauw. Van Veen: "Hoe meer groen je hebt, hoe beter het is. Groen helpt ook tegen de opwarming van de stad. Bomen zijn de beste airconditioning, in parken is het altijd koeler. Bomen nemen ook veel vocht op."

Kinderboerderij

Gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven willen dat inwoners meer groen in hun tuin plaatsen en dat straten opnieuw worden ingedeeld, met daarin meer ruimte voor planten en bomen. Maar hoe bereiken zij veel mensen? Via de kinderboerderij, zeggen de NME-specialisten. Siebering: "De kinderboerderij heeft – vaak in opdracht van de gemeente – een vertellersrol wat betreft het beleid dat de gemeente uitvoert." Van Veen: "Het is een logische plek om mensen te raken, want er komen altijd veel bezoekers op af. Via kinderen kun je ouders goed bereiken. We kunnen hen laten zien wat zij zelf kunnen doen."

Twee kinderboerderijen hebben daarom samen met waterschappen, de gemeente een plan gemaakt voor het bestrijden van de verstening. "Samen met Tuinbranche Nederland heb ik bij Intratuin toen voorgesteld of ze wilden aanhaken bij ons project. Ze vonden het leuk." En zo was het begin van de samenwerking een feit. Van Veen: "Voor medewerkers van tuincentra is het onderwerp klimaatadaptatie nieuw, daarom gaan we onze kennis met hen delen. We maken voorbeeldtuinen op de kinderboerderij en in de tuincentra en laten zien welke producten uit hun assortiment je daarvoor kunt gebruiken."

In opdracht van DuurzaamDoor heeft Van Veen samen met NME vervolgens een advies geschreven voor alle kinderboerderijen in het land. In deze aanvulling op de handreiking worden ideeën aangedragen voor samenwerking met tuincentra. "We willen concrete oplossingen aanreiken. Denk hierbij aan workshops die we kunnen geven in tuincentra, die we aankondigen in de kinderboerderij. Of een jaarlijkse speurtocht van het tuincentrum, waarin de kennis gebruikt wordt van de kinderboerderij. Door te verwijzen naar elkaars activiteiten kunnen we meer mensen bereiken," aldus Van Veen.

Leven in de tuin

"We zijn gestart met de afdeling 'Leven in de tuin', waarmee we de klant in een apart gedeelte van de winkel informeren over de planten die zij kunnen kiezen om regenwater goed op te kunnen vangen, andere oplossingen zoals regenwateropvang waarmee je later weer planten kunt besproeien en sedum-daken, die regenwater opvangen," vertelt Peter Paul Kleinbussink, directeur van Intratuin. "We willen dat de klant weer een levende tuin krijgt, een klein biotoopje. We zijn al drie jaar bezig met het verduurzamen van ons assortiment: zo verkopen we inmiddels collecties biologisch geteelde planten en ecologische bloembollen. Met de nieuwe vorm van samenwerking openen voor ons ook nieuwe deuren: naar de overheid, subsidies en milieuorganisaties. Daarnaast krijgen we er meer onderzoek en informatie voor terug."

Van Veen is enthousiast over wat er tot nu toe is bereikt: "We zijn nog maar net in gesprek met elkaar en het is ongelooflijk wat er al aan ideeën en samenwerkingsverbanden is ontstaan. Alle organisaties die betrokken zijn bij de natuur zitten nu samen om de tafel, dat is best uniek."

Het artikel verscheen op GemeentNu